Ze noemen ons klanten maar behandelen ons als honden

Gijsbert Vonk

De man die een taakstraf kreeg voor vrijwilligerswerk

Rutger Bregman

Rutger Bregman

Om de zoveel tijd duikt er een bizar verhaal op van mensen in de bijstand die nutteloos werk moeten doen, of juist een boete krijgen omdat ze nuttig vrijwilligerswerk deden. Zijn het uitwassen, of is er meer aan de hand?

Door Rutger Bregman, uit De Correspondent

Almelo, 2015. Drie mannen in een oranje hesje – twee van rond de twintig, één rond de vijftig – beginnen aan hun ochtendshift. Ze hebben alle drie een taakstraf gekregen.

‘Wat hebben jullie eigenlijk uitgespookt?’ vraagt de jongste aan de andere twee. ‘Ik heb een bushokje gesloopt.’

‘Ah,’ reageert zijn leeftijdsgenoot, ‘ik heb iemand in elkaar geslagen.’

‘En jij dan?,’ vragen ze aan de oudere man.

Het is even stil.

‘Ik heb vrijwilligerswerk gedaan in mijn kerk.’

Een nuttige tegenprestatie

Mocht het bovenstaande scenario absurd klinken: welkom in de moderne verzorgingsstaat.

De advocaat Sidney Smeets twitterde het onlangs nog: ‘Zitting Almelo. Man doet vrijwilligerswerk als cameraman in de kerk. Niet opgegeven. OM zegt: uitkeringsfraude, zes maanden cel.’ De officier van justitie vond dat hij nog mild was, want eigenlijk staat er een gevangenisstraf van twaalf maanden op. Uiteindelijk kreeg de man een werkstraf van 240 uur, waarvan 140 uur voorwaardelijk.

‘Man doet vrijwilligerswerk als cameraman in de kerk. Niet opgegeven dus. OM zegt: uitkeringsfraude, zes maanden cel’

Een ander verhaal. Wilma van der Wende (55) werd een paar maanden geleden uitgeroepen tot ‘vrijwilligster van het jaar.’ Ze runt veertig uur per week een inloophuis voor kankerpatiënten in Hoogvliet. ‘Ik vind dat ik hiermee een goede tegenprestatie lever voor mijn uitkering,’ vertelde ze aan het Algemeen Dagblad. De gemeente vond van niet. Van der Wende riskeerde een fikse korting als ze niet snel zou solliciteren naar een ‘echte’ baan. De patiënten reageerden verschrikt op dat scenario. ‘Zonder Wilma stort alles hier in elkaar,’ zei een van hen.

Nog een ander verhaal vernam ik een tijdje geleden van een bestuursrechter. Het ging over een moeder die al dertig jaar in de bijstand zat. Haar leven zat vol met lichamelijke en psychische problemen, vertelde de rechter, en ook in de opvoeding van haar zoon was van alles misgegaan.

Tot overmaat van ramp belandde haar zoon in de kleine criminaliteit, waardoor hij werd gekort op zijn uitkering. Hij kon zijn rekeningen niet meer betalen en om hem te helpen, besloot zijn moeder voor 20 euro per week te gaan schoonmaken bij de buren. Al snel kwam een ambtenaar van de sociale dienst erachter: uitkeringsfraude. De afgelopen tien jaar aan bijstand werd teruggeëist. In totaal ging het om 50.000 euro; een bedrag waar de vrouw een halve eeuw voor had moeten schoonmaken bij de buren.

De rechter vertelde me dat ze de boete nog had weten te schrappen, maar niet had kunnen voorkomen dat de moeder haar uitkering verloor.

De criminalisering van de bijstand

‘Het moeten wel incidenten zijn,’ is de reactie op dit soort verhalen vaak. ‘Het zijn vast uitwassen.’

Maar waarom duiken die uitwassen dan steeds vaker op?

Een tijdje geleden publiceerde de Volkskrant nog over bijstandsgerechtigden in Amsterdam die werden gedwongen om 32 uur per week nietjes uit documenten te halen, schoenen te poetsen en peuken te rapen die hun chef net voor ze had neergegooid. Een paar weken geleden berichtte. Het Parool over systematisch machtsmisbruik bij een ander Amsterdams programma. ‘Opeens werd ik als een gevangene behandeld,’ vertelde een van de slachtoffers. ‘Een van de werkmeesters kwam naast me zitten en legde zijn hand op mijn knie. ‘Als jij een beetje meewerkt, heb je hier wel een goede tijd,’ zei hij. ‘Als je lastig doet, gaan we je korten’.’

Soms mag er een nuttige tegenprestatie worden verricht, maar dit gaat vaak ten koste van andere banen. Zo wordt de groenvoorziening in veel gemeenten al door mensen in de bijstand gedaan, terwijl de oude, betaalde hoveniers zijn wegbezuinigd. Of neem het verhaal van Harry (53) die jaren voor de gemeente Den Haag werkte als straatveger. Zijn baan werd wegbezuinigd, hij kwam in de bijstand, moest een tegenprestatie verrichten en ja hoor: hij mocht de straat weer gaan vegen. ‘Ik krijg 400 euro per maand minder dan vroeger,’ aldus Harry. ‘Ik voel me uitgebuit, als een slaaf.’

Vorige week verscheen het zoveelste rapport over wantoestanden in de bijstand, dit keer van de Rotterdamse ombudsvrouw. In de Havenstad durven veel mensen geen officiële klacht in te dienen, uit angst te worden gekort op hun uitkering. Een van de mensen die de onderzoekers spraken, beschreef zijn ‘tegenprestatie’ als volgt:

‘Minimaal veertig personen per dag die in grote groepen, gekleed in feestelijk oranje, drie keer per dag door de kleine wijk Zevenkamp gaan om papier te prikken. Wandelingen van een half uur waar je twee en een half uur over moet doen om de tijd vol te krijgen. En er is ook niets meer om te prikken. Zevenkamp is nog nooit zo schoon geweest. Papierprikken is niet erg, maar dit is zo nutteloos. […] Dit is bewust vernederend bedoeld en voelt als een straf.’

Uit onderzoek na onderzoek, over deze onderzoeken schreef Rutger Bregman dit artikel: ‘Het failliet van de Nederlandse werklozenindustrie.’, blijkt ondertussen dat de meeste ‘reïntegratieprogramma’s’ geen grotere kans op betaald werk bieden. Integendeel, sommige programma’s verlengen de werkloosheid juist. De hoogleraar sociale zekerheid Gijsbert Vonk spreekt ook wel van de ‘criminalisering van de bijstand.’ Mensen met een uitkering worden behandeld als fraudeurs die een taakstraf verdienen, als scholieren die verzuimbriefjes moeten halen, als zwakbegaafden die hun afspraken niet nakomen.

De verhalen van machtsmisbruik, dwang en vernedering in de bijstand zijn allang geen uitwassen van het systeem meer.

Ze zijn het systeem.

Overgenomen uit: De Correspondent 

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook0Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page