Ze noemen ons klanten maar behandelen ons als honden

Geen grotere vernedering dan sociale uitsluiting

sociale uitsluiting

FD-Opinie

Met ingang van dit jaar zijn een groot aantal overheidstaken overgeheveld van het Rijk naar de gemeenten. Dit proces van ‘decentralisatie’ is boeiend, voor betrokkenen maar ook voor buitenstaanders.

Het actualiteitenprogramma Nieuwsuur volgt de praktijk van de decentralisaties in de gemeente Apeldoorn. In de vierde uitzending stond de invulling en uitvoering van de Participatiewet centraal. De wet is erop gericht om zoveel mogelijk mensen, met of zonder arbeidsbeperking, werk te laten vinden.

De uitzending heeft veel reacties opgeroepen, waaronder een column van Marcel Canoy in het FD van afgelopen maandag. Onder de kop ‘Asociale werkplaatsen’ reageert hij op het verhaal van Douwe, een inwoner van Apeldoorn die in Nieuwsuur was te zien. Na jarenlang gewerkt te hebben als bouwkundig ingenieur, is Douwe terechtgekomen in de WW. Helaas heeft hij daarna geen baan kunnen vinden, waardoor hij nu een beroep doet op de bijstand.

In de bijstand wordt plotseling van Douwe gevraagd een intensief traject te volgen met sollicitatie- en persoonlijkheidstrainingen. Daarnaast moet hij een maandlang twee dagen per week additionele werkzaamheden verrichten op de sociale werkplaats. Hierover schrijft Canoy dat de gemeente Apeldoorn ‘stiekem vindt dat bijstandsgerechtigden eigenlijk een beetje mentaal zwakbegaafd zijn en daarom best vier weken lang verplicht moeren en bouten kunnen aandraaien.’

Er spelen hier twee situaties die tot de vele reacties hebben geleid. Allereerst het feit dat Douwe opeens in een strikt traject terechtkomt terwijl hij al maanden werkloos is. En vervolgens het feit dat hij werkzaamheden moet uitvoeren en accepteren die niet aansluiten bij zijn niveau en haaks staan op zijn interesses.

Het is in ieders belang dat de afhankelijkheid van een uitkering zo kort mogelijk is. De kans op het vinden van regulier werk is immers het grootst in de eerste maand. Vandaar dat Apeldoorn vol inzet op het succesvolle Direct Actief-traject.

Vreemd genoeg noemt Canoy dit traject ‘middeleeuws vernederen en stigmatiseren’. Om de kansen op werk te vergroten, wordt er naar mijn mening terecht van mensen gevraagd hun arbeidsritme op peil te brengen en te houden. Niet omdat ze de gemeente iets schuldig zijn in ruil voor een uitkering, maar omdat alle energie altijd gericht moet zijn op de uitstroom naar werk. Daarmee wordt het meedraaien op de sociale werkplaats te waardevol om dit werk niet te doen. Nogmaals: het gaat om slechts twee dagen per week, gedurende een maand.

Dat het UWV, verantwoordelijk voor de uitvoering van de WW, minder eisen stelt en minder handhaaft tijdens de uitkeringsperiode, leidt vaak tot scheve gezichten. Dit vraagt duidelijk om een oplossing. Wie namelijk na het verlopen van zijn recht op een WW-uitkering vervolgens een beroep doet op de bijstand, waar de gemeente de verantwoordelijkheid voor draagt, komt in de meeste gevallen in een veel strikter regime terecht. Daarmee wordt de gemeente de strenge vader die zijn kind ineens op tijd naar bed stuurt, terwijl moeder het late opblijven altijd wel best gevonden heeft.

Verder wordt er bij Nieuwsuur terecht gemeld dat alle werk gedurende de bijstandsuitkeringsperiode gezien wordt als passend. Voor de meeste bijstandsgerechtigden kan dit niet rauw op hun dak zijn gevallen. Bij een beroep op een WW-uitkering is het namelijk ook al zo dat na een verloop van tijd steeds meer werk passend is, tot op een gegeven moment alle werk passend wordt geacht.

Ik kan me goed voorstellen dat iemand zegt dat het ‘passende werk’ niet aansluit bij zijn niveau en interesses, waardoor de motivatie wegvalt en de slagingskans minder groot wordt. Maar elke baan, van welk niveau ook, is een kans. Door het beeld te schetsen van een gemeente die de bijstandsgerechtigden hiermee ziet als ‘mentaal zwakbegaafd’, laat Canoy zien dat hij blijft hangen in het kortetermijndenken, waardoor context en nuance moeten inboeten.

Boven alles staat mijn overtuiging dat een bestaande baan de beste positie is om te solliciteren naar een betere baan. Werk is uiteindelijk altijd lonender dan een bijstandsuitkering. Het belang van werk is groter dan louter het genereren van inkomen: werk biedt ontplooiingskansen en eigenwaarde, werk stimuleert het hebben van sociale contacten. Waarschijnlijk kost het vinden van de ideale baan een paar omwegen, maar het is geenszins een doodlopende weg.

Daarom mogen mensen nooit te kritisch zijn over de kansen die zij krijgen. Ik gun niemand de terugval van een goedbetaalde baan naar de rij wachtenden voor het bijstandsloket. Maar hoe vervelend de situatie ook is, juist dan moet je proberen de lange termijn voor ogen te houden en ambitie te tonen. Wie op z’n handen zit, heeft ze immers niet vrij om kansen te grijpen.

Volgens Canoy verdient onder andere de gemeente Apeldoorn een sticker met de tekst ‘Vernederen is het nieuwe participeren.’ Hij vergeet hier echter een belangrijk punt: het wordt pas vernederend wanneer een gemeente een bijstandsgerechtigde laat vallen en thuis laat zitten. Er is geen grotere vernedering dan sociale uitsluiting. Een stickertekst die ik met trots zal dragen.

Haris Skalonjic is raadslid voor D66 in Apeldoorn.

Bron: FD-Opinie 20-03-2015

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook0Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Verplichte velden zijn gemarkeerd met *