De verbijsterende waarheid achter de bijstand

Ze noemen ons klanten maar behandelen ons als honden

De SVB wenst u een fijne reis!

Een AOW-er die aanvullend bijstand (AIO)  ontvangt mag maximaal 13 weken in het buitenland verblijven. Dat kan problemen geven als de SVB voor vertrek al een besluit neemt om de AIO-aanvulling te beëindigen.

Een weduwe van 80 jaar oud ontving € 280,- AOW en daarnaast een aanvulling op grond van de AIO van € 670,- per maand. In 2012 meldde zij vooraf aan de SVB dat zij naar haar land van herkomst zal reizen. Op 5 juli 2012 schreef de SVB de weduwe dat wegens het vertrek op 14 juli haar recht op de AIO aanvulling op 14 oktober 2012 zal eindigen. De weduwe vertrok en kwam op 21 oktober 2012 terug. De SVB had de aanvulling al gestopt zodat de weduwe op dat moment alleen nog AOW ontving. De weduwe vergat om de aanvulling direct opnieuw aan te vragen. Haar kinderen kwamen hier achter, omdat er betalingsachterstanden ontstonden  en namen op 4 januari 2013 contact op met de SVB. De AIO aanvulling werd vervolgens opnieuw aangevraagd, maar vanaf 14 oktober 2012 tot en met 4 januari 2013 ontvangt de weduwe alleen AOW. De SVB weigert om met terugwerkende kracht de AIO aanvulling te herstellen.

In de uitspraak van 3 november 2015 (ECLI:NL:CRVB:2015:3838) oordeelt de Centrale Raad dat de brief van 5 juli 2012 een besluit is. De weduwe had daar dus bezwaar tegen moeten maken om de stopzetting van de AIO aanvulling te voorkomen. De Centrale Raad toont daarmee geen begrip voor het feit dat mensen aan andere dingen denken als ze hun koffers aan het pakken zijn dan op tijd bezwaar te maken. Bovendien wist de SVB dat de weduwe langer weg zou blijven dan de bezwaartermijn van 6 weken die haar nu tegen wordt geworpen. Het zou op deze manier overigens  geen  verschil  hebben gemaakt als de weduwe al  na 8 weken  was teruggekeerd en zich vervolgens ook pas op 4 januari weer bij de SVB had gemeld.

Bovendien vond de Centrale Raad ook dat de SVB in het geval van een 80 jarige weduwe niet hoefde af te wijken van de hoofdregel dat een AIO aanvulling niet met terugwerkende kracht wordt verleend. Kennelijk had de weduwe met behulp van medische verklaringen aan moeten tonen dat ze zo ernstig verward was dat ze niet eerder in staat was om zich eerder bij de SVB te melden. Dat na ruim 2 maanden uiteindelijk de kinderen contact opnemen met de SVB en ook schrijven dat hun moeder een slechte gezondheid heeft en de post weggooit is blijkbaar niet genoeg. De kinderen vragen de SVB daarbij nog vriendelijk om begrip en om de vermindering van het pensioen te herstellen, maar daar is bij de SVB  geen ruimte voor.

Achteraf blijkt overigens dat de aannames die in de brief van 5 juli 2012 stonden niet juist waren. De weduwe was op 8 juli in plaats van op 14 juli vertrokken en uiteindelijk op 21 oktober teruggekeerd. Derhalve zou zij over de periode vanaf 8 tot 21 oktober 2012 geen recht op de AIO aanvulling hebben gehad, omdat zij in die periode langer dan 13 weken in het buitenland heeft verbleven. Dat staat zo in de wet en daar kan de SVB ook weinig aan doen. De Centrale Raad zag echter zelfs hierin geen reden om anders te oordelen.

Deze zaak toont aan dat je vooraf niet kunt beoordelen of iemand te lang in het buitenland verblijft. Dat zou je achteraf moeten doen. De werkwijze van de SVB in deze zaak is vragen om problemen terwijl het bij de AIO aanvulling om oudere mensen gaat waarvan je niet kunt verwachten dat ze een baan gaan zoeken om aan geld te komen.

Het is klantvriendelijker als de SVB achteraf bij bijstandsgerechtigde ouderen informeert hoe lang ze zijn weggeweest en indien nodig vervolgens een deel van de uitkering terugvordert in plaats van dat men voor het vertrek al een beëindigingsbesluit neemt. Die werkwijze zal voor de SVB waarschijnlijk intensiever zijn dan vooraf een brief sturen, maar dat moet dan maar. Aan de zorg van de SVB zijn immers nu juist oudere mensen toevertrouwd.

Dit artikel is een bijdrage van Mark Hüsen, advocaak bij het Advokatenkollektief Rotterdam.

 

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook0Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

De man die een taakstraf kreeg voor vrijwilligerswerk

Rutger Bregman

Rutger Bregman

Om de zoveel tijd duikt er een bizar verhaal op van mensen in de bijstand die nutteloos werk moeten doen, of juist een boete krijgen omdat ze nuttig vrijwilligerswerk deden. Zijn het uitwassen, of is er meer aan de hand?

Door Rutger Bregman, uit De Correspondent

Almelo, 2015. Drie mannen in een oranje hesje – twee van rond de twintig, één rond de vijftig – beginnen aan hun ochtendshift. Ze hebben alle drie een taakstraf gekregen.

‘Wat hebben jullie eigenlijk uitgespookt?’ vraagt de jongste aan de andere twee. ‘Ik heb een bushokje gesloopt.’

‘Ah,’ reageert zijn leeftijdsgenoot, ‘ik heb iemand in elkaar geslagen.’

‘En jij dan?,’ vragen ze aan de oudere man.

Het is even stil.

‘Ik heb vrijwilligerswerk gedaan in mijn kerk.’

Een nuttige tegenprestatie

Mocht het bovenstaande scenario absurd klinken: welkom in de moderne verzorgingsstaat.

De advocaat Sidney Smeets twitterde het onlangs nog: ‘Zitting Almelo. Man doet vrijwilligerswerk als cameraman in de kerk. Niet opgegeven. OM zegt: uitkeringsfraude, zes maanden cel.’ De officier van justitie vond dat hij nog mild was, want eigenlijk staat er een gevangenisstraf van twaalf maanden op. Uiteindelijk kreeg de man een werkstraf van 240 uur, waarvan 140 uur voorwaardelijk.

‘Man doet vrijwilligerswerk als cameraman in de kerk. Niet opgegeven dus. OM zegt: uitkeringsfraude, zes maanden cel’

Een ander verhaal. Wilma van der Wende (55) werd een paar maanden geleden uitgeroepen tot ‘vrijwilligster van het jaar.’ Ze runt veertig uur per week een inloophuis voor kankerpatiënten in Hoogvliet. ‘Ik vind dat ik hiermee een goede tegenprestatie lever voor mijn uitkering,’ vertelde ze aan het Algemeen Dagblad. De gemeente vond van niet. Van der Wende riskeerde een fikse korting als ze niet snel zou solliciteren naar een ‘echte’ baan. De patiënten reageerden verschrikt op dat scenario. ‘Zonder Wilma stort alles hier in elkaar,’ zei een van hen.

Nog een ander verhaal vernam ik een tijdje geleden van een bestuursrechter. Het ging over een moeder die al dertig jaar in de bijstand zat. Haar leven zat vol met lichamelijke en psychische problemen, vertelde de rechter, en ook in de opvoeding van haar zoon was van alles misgegaan.

Tot overmaat van ramp belandde haar zoon in de kleine criminaliteit, waardoor hij werd gekort op zijn uitkering. Hij kon zijn rekeningen niet meer betalen en om hem te helpen, besloot zijn moeder voor 20 euro per week te gaan schoonmaken bij de buren. Al snel kwam een ambtenaar van de sociale dienst erachter: uitkeringsfraude. De afgelopen tien jaar aan bijstand werd teruggeëist. In totaal ging het om 50.000 euro; een bedrag waar de vrouw een halve eeuw voor had moeten schoonmaken bij de buren.

De rechter vertelde me dat ze de boete nog had weten te schrappen, maar niet had kunnen voorkomen dat de moeder haar uitkering verloor.

De criminalisering van de bijstand

‘Het moeten wel incidenten zijn,’ is de reactie op dit soort verhalen vaak. ‘Het zijn vast uitwassen.’

Maar waarom duiken die uitwassen dan steeds vaker op?

Een tijdje geleden publiceerde de Volkskrant nog over bijstandsgerechtigden in Amsterdam die werden gedwongen om 32 uur per week nietjes uit documenten te halen, schoenen te poetsen en peuken te rapen die hun chef net voor ze had neergegooid. Een paar weken geleden berichtte. Het Parool over systematisch machtsmisbruik bij een ander Amsterdams programma. ‘Opeens werd ik als een gevangene behandeld,’ vertelde een van de slachtoffers. ‘Een van de werkmeesters kwam naast me zitten en legde zijn hand op mijn knie. ‘Als jij een beetje meewerkt, heb je hier wel een goede tijd,’ zei hij. ‘Als je lastig doet, gaan we je korten’.’

Soms mag er een nuttige tegenprestatie worden verricht, maar dit gaat vaak ten koste van andere banen. Zo wordt de groenvoorziening in veel gemeenten al door mensen in de bijstand gedaan, terwijl de oude, betaalde hoveniers zijn wegbezuinigd. Of neem het verhaal van Harry (53) die jaren voor de gemeente Den Haag werkte als straatveger. Zijn baan werd wegbezuinigd, hij kwam in de bijstand, moest een tegenprestatie verrichten en ja hoor: hij mocht de straat weer gaan vegen. ‘Ik krijg 400 euro per maand minder dan vroeger,’ aldus Harry. ‘Ik voel me uitgebuit, als een slaaf.’

Vorige week verscheen het zoveelste rapport over wantoestanden in de bijstand, dit keer van de Rotterdamse ombudsvrouw. In de Havenstad durven veel mensen geen officiële klacht in te dienen, uit angst te worden gekort op hun uitkering. Een van de mensen die de onderzoekers spraken, beschreef zijn ‘tegenprestatie’ als volgt:

‘Minimaal veertig personen per dag die in grote groepen, gekleed in feestelijk oranje, drie keer per dag door de kleine wijk Zevenkamp gaan om papier te prikken. Wandelingen van een half uur waar je twee en een half uur over moet doen om de tijd vol te krijgen. En er is ook niets meer om te prikken. Zevenkamp is nog nooit zo schoon geweest. Papierprikken is niet erg, maar dit is zo nutteloos. […] Dit is bewust vernederend bedoeld en voelt als een straf.’

Uit onderzoek na onderzoek, over deze onderzoeken schreef Rutger Bregman dit artikel: ‘Het failliet van de Nederlandse werklozenindustrie.’, blijkt ondertussen dat de meeste ‘reïntegratieprogramma’s’ geen grotere kans op betaald werk bieden. Integendeel, sommige programma’s verlengen de werkloosheid juist. De hoogleraar sociale zekerheid Gijsbert Vonk spreekt ook wel van de ‘criminalisering van de bijstand.’ Mensen met een uitkering worden behandeld als fraudeurs die een taakstraf verdienen, als scholieren die verzuimbriefjes moeten halen, als zwakbegaafden die hun afspraken niet nakomen.

De verhalen van machtsmisbruik, dwang en vernedering in de bijstand zijn allang geen uitwassen van het systeem meer.

Ze zijn het systeem.

Overgenomen uit: De Correspondent 

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook41Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Lessen uit de havenstad: zo bestrijd je werkloosheid dus niet

We schrijven regelmatig over de strijd tegen werkloosheid en de drama’s rond het UWV en haar klanten. Rotterdam wordt daarbij vaak als succesverhaal genoemd. Ten onrechte, ontdekte Tamara Woestenburg toen ze ter plekke haar licht opstak.

Karel Smouter
Adjunct-hoofdredacteu

De werkloosheid daalt en de economie trekt weer aan, zo meldt het kabinet vandaag. Maar veel crisismaatregelen moeten nog worden ingevoerd, zoals de gewijzigde Wet werk en bijstand. Deze wet is gebaseerd op experimenten in Rotterdam, die worden gepresenteerd als succesverhaal, maar – zo laat ik in deze reconstructie zien – in werkelijkheid een mislukking blijken.

‘Werklozen zijn net de NS. De mensen die er het minst mee te maken hebben, klagen er het meest over,’ zegt de Rotterdamse Kim (29). Ze kon na het afronden van haar marketingopleiding een hoop stages vinden, maar geen baan.

En zo kwam Kim in de bijstand terecht. Om iets terug te doen moest ze papier prikken bij de gemeentelijke reinigingsdienst Roteb. ‘Ik had graag iets gedaan dat meer bij me past. Vrijwilligerswerk in een bejaardentehuis of zo, maar dat mocht niet. Maar hé, als je geen oppas hebt voor je kinderen mag je ze van de Roteb gewoon meenemen. En je krijgt een fantastische outfit, waaronder een paar degelijke laarzen, en een feloranje hesje waardoor je altijd opvalt. Wel jammer dat ik nu nauwelijks te onderscheiden ben van iemand die een taakstraf doet.’

Welkom in proeftuin Rotterdam

Rotterdam moest wel, zo redeneerden de bestuurders in de Maasstad. In 2011 kwam de stad honderd miljoen euro tekort op de bijstandsuitgaven. De stad moest ervoor zorgen dat minder mensen in de bijstand terechtkomen, dat meer mensen de bijstand verlaten en dat de kosten per uitkering gedrukt worden. Om dit te bereiken scherpte de stad in 2012 de regelgeving aan.

Het beleid leek te werken: Rotterdam slaagde erin minder uit te geven aan de sociale zekerheid. De regering concludeerde dat het experiment geslaagd was. Ze verwerkte de Rotterdamse maatregelen in de Wet Werk & Bijstand, die op 1 januari 2015 – als onderdeel van de Participatiewet – ingaat.

Werken naar vermogen, dat is het motto van de Participatiewet. Of je nu – gedeeltelijk – arbeidsgehandicapt bent of geen baan kunt vinden: je zult bij moeten dragen aan de samenleving.

De meest in het oog springende maatregel van het onderdeel Wet Werk en Bijstand (WWB): gemeenten moeten bijstandsgerechtigden voortaan verplichten een tegenprestatie te verrichten. Een idee waar ze in Rotterdam inmiddels ervaring mee hebben.

Wat is die Rotterdamse aanpak dan?

Om een bijstandsuitkering aan te kunnen vragen, moeten werklozen in Rotterdam eerst aantonen dat ze vier weken op zoek zijn geweest naar werk of scholing. Na die vier weken moeten ze actief op zoek naar werk. Dat houdt in dat ze sollicitatietrainingen volgen en vijf sollicitaties per week moeten doen. Ook moeten ze een verplichte tegenprestatie leveren, om zich nuttig te maken voor de maatschappij.

Dat laatste komt vaak neer op papier prikken. Zelfverkozen vrijwilligerswerk mag van de gemeente Rotterdam alleen wanneer je langdurig werkloos bent.

‘Als je dan een vriendin hebt die is blijven slapen en haar ondergoed ligt er nog, heb je een probleem. Het is aan jou om te bewijzen dat je niet samenwoont’

Jasper (37) is zo’n Rotterdamse werkloze. Hij behaalde op latere leeftijd een onderzoeksmaster geschiedenis, maar door de crisis daalde het aantal promotieplaatsen. Jasper leefde een tijd van spaargeld en geleend geld. Hij solliciteerde, maar voor zijn vakgebied had hij niet genoeg ervaring en voor het plukken van komkommers en het sorteren van post was hij te hoog opgeleid. Een kleine honderdvijftig sollicitaties verder moest hij een beroep doen op de bijstand.

‘De gemeente doet tijdens en na die aanvraag heel veel om fraude tegen te gaan,’ vertelt Jasper. ‘Op zich prima, maar het gaat nu wel erg ver. Ze doen bijvoorbeeld huiszoekingen. Tot aan de wasmand aan toe. Als je dan een vriendin hebt die is blijven slapen en haar ondergoed ligt er nog, heb je een probleem. Het is aan jou om te bewijzen dat je niet samenwoont.’

Om te zorgen dat belastinggeld terechtkomt bij de mensen die er recht op hebben, heeft de regering in 2013 een strenge anti-fraudewet ingevoerd. De strijd tegen fraude lijkt geen overbodige luxe. Want ja, u kent het beeld wel: werkschuwe types die onze sociale voorzieningen opsouperen en thuis achter de tv zitten tot wij onze belastingcenten op hun rekening storten. En lekker zwart bijklussen zodat ze luxer kunnen leven dan Jan Modaal.

Maar zo is het toch gewoon? Ja toch?

De cijfers vertellen een heel ander verhaal. Allereerst zijn de bijstandsuitkeringen een relatief ‘kleine’ uitgavenpost: zeven procent van het totaal aantal uitkeringen dat in Nederland wordt verstrekt. Verreweg de grootste uitgavenpost van de sociale zekerheid zijn AOW-uitkeringen, met 68 procent. Maar de hamvraag is natuurlijk: hoeveel fraude vindt er daadwerkelijk plaats?

Wanneer je de fraude af zou zetten tegen alleen de bijstandsbegroting van 11,5 miljard, gaat het om 1,3 procent van de totale uitgaven
Accountantskantoor Price Waterhouse Coopers heeft een inschatting gemaakt ‘Een fraudebeeld van Nederland,’ lees het rapport hier.van fraude in Nederland. Zij schatten de minimale fraude op sociale zekerheid op 153 miljoen. Wanneer je die af zou zetten tegen alleen de bijstandsbegroting van 11,5 miljard (in het weinig aannemelijke geval dat alle sociale zekerheidsfraude wordt gepleegd door ontvangers van bijstand), gaat het om 1,3 procent van de totale uitgaven . Uit het rapport blijkt bovendien dat de kosten van sociale zekerheidsfraude in geen verhouding staan tot die van bijvoorbeeld fiscale fraude en zorgfraude.

54174cd40b2234269976019

Bron: PWC. Illustratie: Momkai

Ook het beeld van participatiemijdende asocialen lijkt bijstelling Continue reading

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook0Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Verboden woorden voor ambtenaren

Illustratie: Paul Faassen

‘Eigenlijk,’ zegt Duinkerken als hij de parkeergarage indraait, ‘kun je de sociale zekerheid van de afgelopen vijftig jaar in Nederland vergelijken met het systeem in de DDR.’ Nadat in 1989 de muur viel, bleken veel voormalige Oost-Duitsers volgens Duinkerken niet in staat zelf hun problemen op te lossen. Ze waren gewend dat de overheid dat deed. Terwijl men in het gewezen West-Duitsland direct de handen uit de mouwen stak. Aangeleerde hulpeloosheid noemt Duinkerken dat. ‘Een uitkering ontvangen als je geen werk hebt, is natuurlijk ook geen sociale zekerheid. Dat is economische zekerheid. Want wat gebeurt er met je als je tien jaar achter de geraniums zit.’

We steken een plein over, op weg naar het hoofdkantoor van de Dienst Werk en Inkomen, voorheen de Sociale Dienst. De wind blaast in zijn nonchalante pak. Duinkerken (58) is een energieke organisatieadviseur met veel contacten in de Nederlandse ambtenarij. Hij was ooit een van de oprichters van Radar, adviesbureau voor sociale vraagstukken, en maakt nu deel uit van het Gilde Netwerk, een clubje van zelfstandigen dat door het hele land trainingen geeft onder de titel Sturen op zelfsturing, vooral aan sociale diensten. De driedaagse cursus is voortgevloeid uit een gelijknamig rapport dat de nationale Raad voor Werk en Inkomen eind 2010 publiceerde. Gebaseerd op de laatste sociaal-psychologische inzichten, valt er meermaals in te lezen. Duinkerken was een van de auteurs, evenals medecursusleider Peter Wesdorp. Ze schreven paragrafen als ‘De klant achter het stuur’, ‘Het gebeurt tussen de oren’, ‘Verandertaal uitlokken’ en ‘Mislukkingen duiden als leermoment’.

Strenger en zakelijker

Zelfsturing is een spilbegrip geworden bij vrijwel alle gemeentelijke sociale diensten. Ze moeten iets. De bijstandsdiensten zagen hun participatiebudget (om mensen aan het werk te krijgen) slinken van 1,8 miljard euro in 2010 naar 600 miljoen nu. Onderwijl is het aantal bijstandsontvangers de afgelopen twee jaar met elf procent gegroeid naar 402.000 en moeten de gemeenten straks met hetzelfde participatiebudget ook andere inwoners helpen, zoals de verstandelijk of lichamelijk beperkte werknemers van sociale werkplaatsen en de arbeidsgeschikte jonggehandicapten die nu nog onder de Wet Wajong vallen. Gemeenten krijgen met de nieuwe Participatiewet in 2015 meer verantwoordelijkheid, maar ze lopen ook een groter financieel risico. Het betekent dat de poort naar een uitkering strenger zal worden bewaakt, en dat reïntegratie-ambtenaren alleen nog tijd steken in mensen die echt een kans maken op de arbeidsmarkt. En dus ook dat deze werkzoekenden het zoveel mogelijk zelf moeten gaan doen. Zichzelf moeten gaan sturen.

De woorden die bij de reïntegratie-ambtenaren voorin de mond liggen, zijn verboden bij zelfsturing: wij, helpen, samen

Tegelijkertijd kun je zelfsturing beschouwen als een manifestatie van wat misschien wel de religie is van de individuele, liberale samenleving: de psychologie. Of meer to the point: de self help. Ook bijstandsgerechtigden kunnen het. Als ze maar willen. Met de juiste gedachten. Met de juiste houding. Just do it.

Al langer zijn de sociale diensten bezig om strenger en zakelijker te worden. ‘Maar werkloosheid als een mindset framen, dat is heel recent,’ zegt Duinkerken in de lift naar de zevende etage waar vandaag de cursus plaatsvindt. Het afgelopen jaar hebben trainers als hij het er druk mee gehad. Dit nieuwe jaar wordt nog drukker. Naar schatting dertig procent van de gemeentelijke sociale diensten onderwerpt hun medewerkers aan trainingen als Sturen op zelfsturing – er zijn naast het Gilde Netwerk meerdere bureaus die dit doen.  Continue reading

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook3Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Kiespijn of niet: Huisbezoek gaat voor

Mark Hüsen, bijstand advocaat.

Mark Hüsen

Een Rotterdamse bijstandsgerechtigde moet bij de dienst W&I langskomen in het kader van een rechtmatigheidsonderzoek. De bijstandsgerechtigde verschijnt op de afspraak en overhandigt de gegevens waarom de dienst W&I gevraagd had.

De medewerker van de dienst W&I vindt die gegevens echter onvoldoende, schort de bijstand op en maakt drie dagen later weer een afspraak om 11:00 uur in de ochtend. De bijstandsgerechtigde verschijnt opnieuw. Het is vrijdag, de bijstandsgerechtigde heeft last van hevige kiespijn en heeft daarom na het gesprek om 12:30 uur een afspraak bij de tandarts. Desondanks willen de medewerkers van de dienst W&I direct na afloop van het gesprek een huisbezoek afleggen. De tandarts zat weliswaar in de buurt van het kantoor van de dienst W&I waar het gesprek plaatsvond, maar voor het huisbezoek had de uitkeringsgerechtigde eerst weer naar de andere kant van de stad moeten gaan.  De bijstandsgerechtigde kan door de kiespijn op dat moment aan dat verzoek geen gehoor geven. Vervolgens trekt de dienst W&I de bijstand per die dag in, omdat het recht op bijstand niet is vast te stellen doordat de uitkeringsgerechtigde niet heeft meegewerkt aan het huisbezoek.

In bezwaar overlegt de bijstandsgerechtigde een declaratie van de tandarts en een betaalbewijs. Hierop staat te lezen dat er op die vrijdag een wortelkanaalbehandeling is verricht en dat de uitkeringsgerechtigde op diezelfde dag om 15:16 uur heeft betaald. Ook had te tandarts na afloop van de behandeling nog Ibuprofen voorgeschreven.

Intussen had de bijstandsgerechtigde ook een nieuwe aanvraag ingediend en tweeëneenhalve maand later is de bijstand hersteld, maar niet met terugwerkende kracht.

Desondanks verklaart de gemeente Rotterdam het bezwaar ongegrond. De gemeente vond dat er geen sprake was van een situatie waarin op die dag een huisbezoek niet mogelijk was en overweegt dat er geen afsprakenkaart is overgelegd waaruit blijkt dat de afspraak daadwerkelijk om 12:30 uur was en dat er bovendien pas om 15:16 uur is betaald.

De gemeente Rotterdam gaat daarmee wel erg kort door de bocht. Dat je op de laatste werkdag voor het weekend barst van de kiespijn maakt blijkbaar niet uit. Een huisbezoek gaat voor. Het gat in de kies van de klant in kwestie is intussen gedicht, maar het gat in de uitkering helaas nog niet.

Column geschreven door Mark Hüsen.

Mark Hüsen is advocaat bij het AdvokatenKollektief Rotterdam en beschrijft in zijn columns de verbijsterende verhalen welke hij meemaakt in zijn functie als sociaal advocaat.

Lees meer over het Rotterdamse beleid en hoe de medewerkers wordt geleerd om niet te helpen!

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook327Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

Rotterdammers in bijstand worden bewust vernederd

ROTTERDAM – Behandeld worden als een ‘loser’ om vervolgens ‘nutteloos’ werk te doen als papierprikker of washandjesvouwer. Voor veel Rotterdamse bijstandsgerechtigden is het traject WerkLoont, waarbij je een tegenprestatie moet leveren voor je uitkering, vaak zinloos en vernederend. Samen met onder meer de FNV en de SP wil een aantal bijstandsgerechtigden via de actiegroep ‘STOP Werken zonder Loon’ het tij nu keren.

Pieter Wondergem (61) had 26 jaar lang een eigen wervings- en selectiebureau. Omdat de opdrachten drastisch terugliepen, moest hij hier noodgedwongen mee stoppen. Begin dit jaar kwam hij in de bijstand terecht. Vervolgens moest hij, als tegenprestatie, vijftien weken lang papier prikken in Ommoord en volgde hij een coaching- en trainingstraject in het zoeken naar vacatures.

Profiteurs

Wondergem, die benadrukt dat hij geen problemen heeft met een tegenprestatie, zag het papier prikken net als veel mede-bijstandsgerechtigden als vernederend. Bovendien zouden mensen die in het traject zitten op ‘basis van wantrouwen’ worden bejegend. ‘We worden weggezet als losers, hufters en profiteurs. Maatwerk in het begeleiden naar een baan is er niet of nauwelijks.’

Te activistisch

Hij sloot zich aan bij de cliëntenraad Werk en Inkomen, opgestart vanuit de gemeenteraad. Deze behartigt de belangen van Rotterdammers in de bijstand. Zijn kritiek werd echter ‘te activistisch en weinig diplomatiek’ genoemd. Volgens Wondergem een bewijs dat de cliëntenraad ‘gewoon een verlengstuk van het ambtelijke apparaat is’.

Ontmoedigingsbeleid

Samen met andere bijstandsgerechtigden,vakbond FNV en een aantal politici richtte hij hierom de actiegroep ‘STOP Werken zonder Loon’ op. Als voorzitter wil Wondergem vooral de filosofie die ten grondslag ligt aan het gemeentelijke beleid rondom de bijstand bestrijden. ‘Het is een ontmoedigingsbeleid. De gemeente wil alles in het werk stellen om je zo snel mogelijk uit de bijstand te halen. Punt is dat mensen als profiteurs worden bejegend, en zich hierdoor behandeld voelen als een halve crimineel.’

Volgens Wondergem worden bijstandgerechtigden bewust vernederd. ‘Dit maakt mensen murw en angstig. Niet zelden leidt dit tot psychosomatische klachten.’

Humaner

De actiegroep ‘Werken zonder Loon’ wil het bijstandsbeleid in Rotterdam ‘humaner’ maken. Vorige week werd de eerste stap gezet met staatssecretaris Klijnsma en wethouder Struijvenberg van Sociale Zaken via een ‘ludieke’ actie. Zij kregen de gouden en zilveren prikstok uitgereikt.

Stromen terug

Struijvenberg gaf eerder aan dat mensen die in de bijstand zitten elke baan aan moeten nemen die ze aangeboden krijgen. Dit werkt in de ogen van Wondergem niet. Volgens hem komen er bovendien ‘meer en meer’ hoogopgeleiden in de bijstand terecht. ‘Ik heb ze allemaal voorbij zien komen. Van juristen tot economen. Die moeten elke baan maar aannemen. Dan zitten ze 4 maanden in de bijstand, nemen ze voor een korte tijd een baan als paprikaplukker of schoonmaker en stromen ze regelrecht weer terug.’

Vertrouwen

De gemeente Rotterdam zou volgens Wondergem mensen in de bijstand moeten benaderen op basis van vertrouwen in plaats van wantrouwen. ‘Daarnaast is maatwerk leveren een eerste stap. Stuur bijvoorbeeld bewust op vrijwilligerswerk of stimuleer opleidingen. Een jurist zou bijvoorbeeld veel beter lessen maatschappijleer kunnen geven in plaats van dat hij in Ommoord papier gaat prikken.’

Werkloosheidsindustrie

De kritiek van Wondergem gaat zelfs nog een stapje verder. ‘Ik vermoed dat de gemeente Rotterdam geld verdient aan de hele werkloosheidsindustrie.’ Ook zou Rotterdam de besteding van gelden aan re-integratietrajecten, die de gemeente nu circa 230 miljoen op jaarbasis kost, beter moeten laten onderzoeken. ‘De verantwoording over wat er met dit geld gebeurt is mager.’

Verder noemt Wondergem de samenwerking met het re-integratiebedrijf SDW en de geldstromen die daarmee gemoeid zijn ‘schimmig’. Via een WOB-verzoek heeft Wondergem inzicht gevraagd in het verdienmodel en de financiering rondom dit bijstandstraject.

Half november zal het college aangeven of ze deze ook inzichtelijk wil maken. Mocht de gemeente weigeren dan stapt Wondergem naar de rechter.

Bron: Dichtbij.nl

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook0Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

2Doc: De Tegenprestatie

Een bijstandsuitkering is niet zomaar een recht, maar een voorziening waarvoor je iets terug moet doen. Maandag bij HUMAN op NPO 2.

Sinds de verzorgingsstaat plaats heeft moeten maken voor de participatiesamenleving wordt van burgers meer eigen verantwoordelijkheid en zelfredzaamheid gevraagd.

‘Voor wat hoort wat’
Rotterdam loopt al langer vooruit op deze ontwikkelingen en staat bekend als een van de strengste gemeentes van Nederland met een vaak spraakmakende aanpak. Zo stuurde een Rotterdamse wethouder enkele jaren geleden werklozen met bussen naar het Westland om te gaan werken in de kassen.

Basisinkomen
Waar andere steden inmiddels experimenteren met een basisinkomen voor bijstandsgerechtigden, houdt ‘werkstad’ Rotterdam vast aan het principe dat iedereen iets terug moet doen voor zijn uitkering. Ze werken er met een verplichte tegenprestatie en met het programma ‘Werk Loont’, waarbij iedereen, ongeacht opleiding of werkervaring, een dag per week papier moet prikken.

Het gesprek

We zien hoe dit beleid uitpakt op de werkvloer, in de spreekkamers van de Dienst Werk en Inkomen van de gemeente Rotterdam. Uit gesprekken tussen consulenten en bijstandsgerechtigden blijkt hoe groot de afstand soms is tussen wat de één wil en wat de ander kan bieden.

2Doc: De Tegenprestatie, maandag 19 oktober 2015, 20.25 uur, HUMAN, NPO 2

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook0Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page

15-okt 20:00 DRAAD Film & Debat: De Tegenprestatie

met staatssecretaris Klijnsma, wethouder Struijvenberg & Rutger Bregman

15 oktober van 20:00-22:00 in het Arminius Rotterdam. Gratis kaarten? Actiecode: 4444 bestel hier

In Nederland is de laatste jaren veel veranderd op het gebied van de sociale zekerheid. Van burgers wordt meer eigen verantwoordelijkheid gevraagd en een bijstandsuitkering krijg je niet ‘zomaar’ meer, daarvoor moet je iets terug doen. Rotterdam loopt hierin al langer vooruit en staat bekend als één van de strengste gemeentes van Nederland, met een verplichte tegenprestatie en trajecten als WerkLoont waarbij iedereen, ongeacht opleiding, één dag per week papier moet prikken.

De documentaire De Tegenprestatie onderzoekt deze Rotterdamse voortrekkersrol op de werkvloer, in de spreekkamers van de  gemeentelijke dienst Werk en Inkomen. Gesprekken tussen consulenten en bijstandsgerechtigden laten zien hoe groot de afstand soms is tussen wat de één wil en de ander kan bieden. Na de eerste vertoning van de documentaire een debat over de invulling van de tegenprestatie. Wat heeft de Rotterdamse aanpak opgeleverd, wat zouden andere gemeenten hiervan kunnen leren? Waar zitten de pijnpunten? En hoe ervaren consulenten en bijstandsgerechtigden het nieuwe beleid?

Met Jetta Klijnsma (staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid),Maarten Struijvenberg (wethouder Werkgelegenheid & Economie), Rutger Bregman (opiniemaker bij de De Correspondent, schrijver Gratis Geld voor Iedereen) documentairemakers Suzanne Raes en Monique Lesterhuis en uitkeringsaanvragers –en verstrekkers.

Gespreksleiding: Francisco van Jole.

Deze avond is een samenwerking van Arminius en Stichting Docmakers en Lokaal.

Bron: Arminius.nu

Tweet about this on TwitterShare on LinkedIn0Share on Facebook0Share on Tumblr0Share on Google+0Pin on Pinterest0Email this to someonePrint this page